Een lekker dessertje met ingrediënten die je mogelijks op dit moment allemaal in huis hebt. Eentje dat fancy’er en ingewikkelder oogt dan het eigenlijk is en waarmee je gegarandeerd scoort bij elk dessert-type. Kleine kinderhandjes kunnen zelf (voor moederdag?) zonder probleem meehelpen mét garantie dat je keuken geen slagveld wordt! Klinkt ideaal toch?
Dit roosjes-gerecht is momenteel mijn favoriete dessertje. Bladerdeeg, warme appels en kaneel vormen een perfecte combinatie. Je kan er zelf een ‘luxe’ versie van maken door de roosjes te bestrooien met bloemsuiker en er een bolletje (soja)ijs bij te serveren.
Voor +- 6 bladerdeeg roosjes:
- Bladerdeeg: in Albert Heijn kan je vierkanten bladerdeeg kopen, deze is handiger dan een ronde
- 0.5l appelsap
- 3 appels
- 100gr kristalsuiker + 2el
- 1tl kaneelpoeder
Start met je oven voor te verwarmen op 190°. Snijd de appels in dunne maantjes (ongeschild) en kook de appelsap met de suiker. Eens de appelsap kookt, voeg je de appel-maantjes er aan toe. Laat ze koken tot ze zacht zijn (zo’n 5tal minuutjes). Giet ze nadien af in een vergiet en laat ze even afkoelen (anders is het best warm als je ze straks vastneemt).
Ondertussen meng je 2el suiker met 1tl kaneelpoeder in een klein kommetje. Zo, nu zijn we klaar om de roosjes te maken. Snijd de bladerdeeg in stroken van zo’n 3 à 4 cm breed. Schik hierop de appelmaantjes zodat ze nog een klein beetje bovenuit de bladerdeegstrook komen (met de rode rand van de appel naar boven) en laat ze met elkaar overlappen. Bestrooi de appels met het kaneel-suiker mengsel en plooi de bladerdeeg toe. Zorg ervoor dat ook hier de appeltjes er bovenaan nog wat uitkomen piepen.
Rol nu de bladerdeeg voorzichtig op (van links naar rechts – of omgekeerd). Leg ze op een stukje bladpapier in een muffin bakplaat en bak zo’n 30 minuutjes (afhankelijk van het bladerdeeg en je oven).



